Meting van de langsvlakheid van wegen(APL)
Het meetwiel stijgt of daalt met het reliëf van de weg. Die beweging veroorzaakt een verandering van de hoek die de draagarm van het wiel met zijn scharnierpunt vormt. Een inerte slinger in de draagarm zet het wegprofiel om in een elektrisch signaal. Om de 5 cm wordt de hoek tussen draagarm en slinger geregistreerd, waardoor een grafische weergave van het “pseudoprofiel” van het wegdek wordt verkregen.
De slinger is onafhankelijk van het trekkende voertuig, zodat de verticale bewegingen van het voertuig de metingen niet beïnvloeden. De aanhangwagen is ook met een hodometer uitgerust, om de afstand te meten en de snelheid te berekenen.
De APL meet het lengteprofiel (eigenlijk het pseudoprofiel) van een weg.
De verticale vervormingen van het wegprofiel (bulten en holten) worden uitgedrukt in mm.