CE-markering en vrijwillige merken in de wegenbouw in België
CE-markering
Eind vorige eeuw riep Europa de CE-markering in het leven. De CE-markering was en is nog steeds een aanduiding dat het product waarop het merkteken wordt aangebracht, voldoet aan de Europese regelgeving die op dat product van toepassing is; dikwijls regelgeving in verband met de veiligheid en gezondheid van de gebruikers van de producten en de milieu-impact. CE-markering dient te worden aangebracht op producten die in de Europese Economische Ruimte (EER) [1] op de markt worden gebracht, ongeacht de oorsprong van het product.
In het geval van de bouwproducten verschilt de betekenis van CE-markering enigszins. Verordening 2024/3110 [2] legt voorwaarden vast voor de manier waarop een fabrikant of verdeler van bouwproducten informatie kenbaar moet maken over de producten die hij op de markt brengt. Deze informatie slaat op de zgn. essentiële kenmerken, vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken en productvereisten. Deze kenmerken en de methodes om deze te bepalen worden vastgelegd in geharmoniseerde Europese technische specificaties. Zodra voor een product een geharmoniseerde Europese technische specificatie bestaat, moet een fabrikant voor dat product een prestatie- en conformiteitsverklaring opstellen. Een fabrikant die een verklaring aflegt over de essentiële kenmerken van een bouwproduct, dient hiervoor de procedures uit de geharmoniseerde technische specificatie te volgen. Zodra een fabrikant een Prestatie- en Conformiteitsverklaring opstelt, moet het product ook voorzien worden van de CE-markering. Door het opstellen van een Prestatie- en Conformiteitsverklaring en het aanbrengen van het CE-merkteken, neemt de fabrikant verantwoordelijkheid voor de verklaarde productkenmerken. Verklaringen over deze kenmerken in andere documenten (website, technische fiches, ...) zijn enkel toegelaten als de verklaring over die kenmerken ook is opgenomen in de verplichte Prestatie- en Conformiteitsverklaring [3, 4].
De geharmoniseerde Europese technische specificaties voorzien kenmerken die relevant kunnen zijn in alle landen van Europa. Bovendien worden zelden of nooit drempelwaarden vastgelegd voor deze kenmerken. Een fabrikant kiest zelf, in functie van de eisen die gehanteerd worden in de landen waar zijn producten op de markt worden gebracht, welke kenmerken en bijbehorende drempelwaarden worden verklaard. Er moet altijd voor minstens één, meestal vrij te kiezen, kenmerk een prestatie worden opgegeven.
Voorbeeld:
In de norm NBN EN 1342 (Keien van natuursteen voor buitenbestrating - Eisen en beproevingsmethoden) is het kenmerk vorst/dooiweerstand voorzien om de duurzaamheid van de mechanische kenmerken en de stroefheid te evalueren. Voor toepassing van deze producten in Zuid-Europa is dit kenmerk wellicht minder relevant. Een fabrikant die uitsluitend producten verkoopt in deze landen, hoeft dit kenmerk niet te verklaren. In Noord-Europa daarentegen zal dit kenmerk wel relevant zijn en kunnen er eisen aan worden verbonden. Een fabrikant die natuursteen keien op de markt brengt in deze landen zal daarom wel een prestatie moeten verklaren voor de eigenschap vorst/dooiweerstand.
De CE-markering is een verklaring door de producent over een aantal productkenmerken. Afhankelijk van het product kan de tussenkomst van een extern labo, een keuringsinstelling of een certificatie-instelling bij één of meerdere onderdelen van de procedure tot aan het opstellen van de Prestatieverklaring, vereist zijn. Voor heel wat bouwproducten is dit echter niet het geval.
Vrijwillige merken
De wetgeving overheidsopdrachten (WOO) voorziet dat een geleverd product pas mag worden verwerkt nadat de aanbestedende overheid gecontroleerd heeft dat het product voldoet aan de in de opdrachtdocumenten vastgestelde specificaties. De wetgeving voorziet dat een opdrachtgever van deze controle kan afzien als de producten eerder werden gecontroleerd door een onafhankelijke instelling [5]. De vrijwillige merken in België (BENOR, COPRO, ATG, ..) werden eind jaren 80 in het leven geroepen om deze voorafgaandelijke controle te organiseren. Door de evaluatie van producten te organiseren bij de fabrikant of verdeler, moet een bouwheer niet langer rekening te houden met tijdrovende controleprocedures na de levering op de werf en hoeft de aannemer niet langer te wachten op het resultaat van deze controles om de producten te verwerken.
Aangezien er in bestekken voor openbare aanbestedingen bij voorkeur verwezen wordt naar bestaande Europese normen, vormen deze ook dikwijls het uitgangspunt van de vrijwillige merken. Dikwijls worden deze Europese normen aangevuld met specifiek Belgische specificaties. Dat kunnen zowel grenswaarden zijn voor de kenmerken die voorzien zijn in de Europese normen als aanvullende kenmerken en bijhorende drempelwaarden voor kenmerken die niet voorzien zijn in de Europese normen. Die aanvullende bepalingen worden doorgaans vastgelegd in specifieke Belgische normen of in de zgn. PTV's (Prescriptions Techniques – Technische Voorschriften). Al deze eisen worden vastgelegd in overleg met alle betrokken stakeholders (fabrikanten, gebruikers, bouwheren, ...) en houden rekening met wat gebruikelijk is voor de toepassing van een product in België.
Voor heel wat producten zijn de eisen ook afhankelijk van de toepassing waarin een product wordt verwerkt. In het kader van de vrijwillige merken worden de procedures vastgelegd om te komen tot een betrouwbare bepaling van de waarde voor één of meerdere producteigenschappen.
Voorbeeld:
In de norm NBN EN 1317-5 (Afschermende constructies voor wegen - Deel 5: Producteisen en conformiteitsbeoordeling voor afschermende constructies voor wegvoertuigen) is het kenmerk kerend vermogen voorzien om aan te geven welk type impact een afschermende constructie kan weerstaan. Voor afschermende constructies die worden geïnstalleerd op een brug over een druk bereden verkeersader met ook zwaar verkeer zal een hoger kerend vermogen (H4b) aangewezen zijn. Voor een installatie langs een weg met beperkt licht verkeer zal een lager kerend vermogen (N1) wellicht volstaan.
De procedure om een vrijwillig merk te bekomen vereist dat een aanvrager een productiecontrolesysteem opzet dat toelaat voortdurend producten te leveren die voldoen aan de vastgelegde eisen. Een keuringsinstelling houdt toezicht op het correct functioneren van dit controlesysteem. Aan de hand van monsternemingen van de gecertificeerde producten en beproevingen, zowel bij de producent als in externe labo's, wordt geverifieerd dat de gecertificeerde producten effectief voldoen.
Bij een positieve beoordeling door de certificatie-instelling, krijgt de fabrikant de toelating om het vrijwillig merk aan te brengen. Met de toelating bevestigt de certificatie-instelling haar vertrouwen in de fabrikant om steeds conforme producten af te leveren.
Partijkeuring
Partijkeuringen zijn een alternatief voor de voorafgaande keuring van producten die niet beschikken over een vrijwillig merk of waarvoor geen vrijwillig merk bestaat. In zulke gevallen kan een erkende keuringsinstelling controleren of een afgebakende partij producten voldoet aan de eisen die voor een specifieke werf op voorhand werden vastgelegd. Deze controle gebeurt steekproefgewijs door de keuringsinstelling zelf en/of in geaccrediteerde externe labo's. Bij positieve evaluatie bekomt de fabrikant een attest waarin wordt bevestigd dat de gekeurde partij voldoet aan de keuringseisen. Het keuringsattest is enkel geldig voor de aangeboden partij producten en voor de werf waarvoor de keuring werd aangevraagd.
In het kort
De CE-markering van bouwproducten gaat over de productkenmerken waarvoor een fabrikant of verdeler een prestatie verklaart en verantwoordelijkheid neemt. De fabrikant kiest zelf, rekening houdend met zijn afzetmarkt, voor welke kenmerken hij een prestatie verklaart (minstens één!) en welke drempelwaarde hij voor elk verklaard kenmerk opgeeft. Doorgaans vereist CE-markering van bouwproducten geen of slechts beperkte tussenkomst van een derde partij. CE-markering van bouwproducten is verplicht zodra een geharmoniseerde Europese technische specificatie bestaat of als een Europese Technische Beoordeling werd afgeleverd. Een vrijwillig merk bevestigt dat een certificatie-instelling, na controle bij de fabrikant, erop vertrouwt dat de fabrikant producten op de markt brengt die voldoen aan alle certificatie-eisen. Deze eisen zijn afgestemd op de verwachtingen van de bouwheren (voor wegenwerken dikwijls de eisen die geformuleerd worden in typebestekken) en worden vastgelegd in overleg met alle betrokken stakeholders. Een keuringsinstelling houdt toezicht op de maatregelen die een fabrikant neemt om voortdurend conforme producten te leveren. De resultaten van de fabrikant worden op regelmatige tijdstippen getoetst aan de hand van monsternemingen en beproeving in externe labo's.
Opgelet: de eisen die de typebestekken hanteren verschillen voor meerdere materialen in functie van het gebruik. Ook als een product voorzien is van een vrijwillig certificaat, blijft het belangrijk om te controleren dat de gecertificeerde eigenschappen voldoen voor de beoogde toepassing.
Voorbeeld:
SB250 v. 5.0, hoofdstuk 13, § 7.1.2.5.D geeft aan dat de eisen voor de intrinsieke eigenschappen van steenslag voor cementbeton voor wegverhardingen en lijnvormige elementen verschillen in functie van de bouwklasse. Bij gebruik van een gecertificeerd materiaal moet worden gecontroleerd of de certificatie slaat op deze kenmerken en of de gecertificeerde prestaties voldoen voor het beoogde gebruik.
[1] EER: lidstaten van de EU + Noorwegen, Liechtenstein en IJsland
[3] Vooralsnog gelden onder de nieuwe Bouwproductenverordening dezelfde verplichtingen als onder de intussen ingetrokken Verordening 305/2011. De verplichting om ook de vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken en de productvereisten op te nemen in de Prestatie- en Conformiteitsverklaring gaat pas in bij het verschijnen van geactualiseerde geharmoniseerde technische specificaties.
[4] Onder Verordening 305/2011 (CPR-2011) is het opstellen van een Prestatieverklaring en het aanbrengen van de CE-markering ook verplicht als er voor een product een Europese Technische Beoordeling (ETA) werd afgeleverd. Onder Verordening 2024/3110 wordt dit facultatief. Een fabrikant is dan niet langer verplicht om producten met een ETA ook te voorzien van de CE-markering.
[5] Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten; art. 42