Bouwproductenverordening en CE-markering (in de wegenbouw in België)

Het wegnemen van handelsbelemmeringen was in 1957, bij de oprichting van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap (EEG) al één van de basisdoelstellingen. Begin jaren ’90 werd hiervoor de CE-markering in het leven geroepen. De CE-markering geeft aan dat een product voldoet aan de toepasselijke Europese regelgeving en dat het vrij op de markt mag worden gebracht in de Europese Economische Ruimte [1]. Zodra er Europese harmonisatieregelgeving bestaat is de CE-markering verplicht voor alle producten die onder deze regelgeving vallen, ook voor producten die worden ingevoerd van buiten de Europese Unie.

De geharmoniseerde regels slaan doorgaans op de veiligheid en gezondheid van de gebruikers van een product en de milieu-impact. De CE-markering geeft aan dat een product veilig kan worden gebruikt, geen impact heeft op de gezondheid van de gebruiker en op het milieu.

In het geval van bouwproducten is de betekenis echter enigszins anders. Bouwproducten zijn immers geen eindproducten. Zij realiseren hun functie pas na installatie in een bouwwerk. Het zijn de bouwwerken die een veilig gebruik moeten toelaten, zonder de gezondheid van de gebruiker in het gedrang te brengen en zonder of met aanvaardbare milieu-impact (de zogenaamde fundamentele kenmerken van bouwwerken, zie verder). De producten waaruit een bouwwerk is opgetrokken leveren hieraan een bijdrage. Die bijdrage kan worden geëvalueerd aan de hand van een aantal specifieke productkenmerken. Die specifieke productkenmerken worden vastgelegd in geharmoniseerde normen. De geharmoniseerde regels voor bouwproducten slaan op de productkenmerken die bijdragen aan de fundamentele kenmerken van het bouwwerk.

Verordening 2024/3110 (CPR-2024) [2]

Essentiële kenmerken met betrekking tot prestaties, vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken en productvereisten

Eind 2024 verscheen in het Official Journal de opvolger van Verordening 305/2011 (CPR-2011). Bovenstaand principe bleef daarbij ongewijzigd. CPR-2024 legt acht fundamentele kenmerken van bouwwerken vast: 

  • Structurele integriteit 
  • Brandveiligheid 
  • Bescherming tegen de nadelige gevolgen van hygiëne en gezondheid 
  • Veiligheid en toegankelijkheid 
  • Weerstand tegen doorgang van geluid en akoestische eigenschappen 
  • Energie-efficiëntie en thermische prestaties 
  • Emissies in de buitenomgeving 
  • Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Net als voorheen worden de essentiële kenmerken (van bouwproducten) die bijdragen aan één of meerdere van deze fundamentele kenmerken (voor bouwwerken) ontwikkeld in geharmoniseerde technische specificaties.

Naast de essentiële kenmerken van producten die een bijdrage leveren aan de fundamentele kenmerken van bouwwerken (en die logischerwijs voor elk type product anders zijn) introduceert CPR-2024 een nieuwe categorie productkenmerken; de zogenaamde vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken (Predetermined Environmental Essential Characteristics of PEEC). Deze vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken zijn de 19 duurzaamheidsindicatoren die zijn opgenomen in bijlage II van CPR-2024 en die voor elk product kunnen worden bepaald aan de hand van een levenscyclusanalyse.  

CPR-2024 introduceert eveneens de mogelijkheid om productvereisten vast te leggen. Productvereisten dragen niet rechtstreeks bij aan het bouwwerk maar kunnen daarentegen wel slaan op aspecten die toelaten dat een product zijn functie op een duurzame manier kan realiseren (zoals bijvoorbeeld eisen i.v.m. te gebruiken grondstoffen of vormgeving). Verder slaan productvereisten ook op de veiligheid van professionele en niet professionele gebruikers en de milieu-impact gedurende de hele levenscyclus (naast de gebruiksfase dus ook transport, installatie, onderhoud, ontmanteling, …). Als er productvereisten worden vastgelegd, moet hieraan worden voldaan vooraleer een product op de markt kan worden gebracht.

CPR Acquis en Normalisatieverzoek (Standardization Request)

De productkenmerken en - in de toekomst - ook de uitgangspunten voor het bepalen van de vooraf bepaalde milieukenmerken zullen worden vastgelegd in geharmoniseerde technische specificaties. Die geharmoniseerde technische specificaties dienen te beantwoorden aan een aantal vereisten die door de Europese Commissie worden vastgelegd in een normalisatieverzoek (Standardisation Requests). Om zich ervan te verzekeren dat de inhoud van deze Standardization Requests voldoet aan de behoeften van alle lidstaten, verzamelt de Commissie deze behoeften tijdens het zogenaamde CPR Acquis Proces.

Tijdens het CPR Acquis proces worden lidstaten geacht hun regelgevingsbehoeften [3] (regulatory needs) door te geven. Die regelgevingsbehoeften slaan op productkenmerken, evaluatiemethoden, grenswaarden, klassen en eventueel ook op productvereisten.

Gebruikte producten

Eerder gebruikte producten vallen binnen het toepassingsgebied van de nieuwe Verordening. De Verordening maakt daarbij een onderscheid tussen gebruikte producten die enkel moeten worden gecontroleerd en eventueel worden gereinigd en/of hersteld om geschikt gemaakt te worden voor hergebruik en producten die wel een bewerking moeten ondergaan maar waarvan de geharmoniseerde technische specificatie bepaalt dat deze bewerking niet essentieel is voor de prestaties van het product.

Als een reeds gebruikt product wel een ingrijpende bewerking (bewerking die in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie als essentieel wordt aangeduid) dient te ondergaan om geschikt te zijn voor hergebruik, wordt dit aangeduid als een geherproduceerd product.

In de nieuwe standardisation requests zal worden aangegeven of gebruikte producten wel of niet moeten worden opgenomen in de te ontwikkelen geharmoniseerde technische specificatie.

Geharmoniseerde Technische Specificaties (hTS) [4]

Aan de hand van de verzamelde regelgevingsbehoeften, stelt de Europese Commissie een Standardisation Request op met daarin alle details over de te ontwikkelen technische specificatie. In het geval van bouwproducten zijn deze Standardisation Requests a.h.w. een gedetailleerde opdracht aan CEN om een geharmoniseerde norm op te stellen.

In tegenstelling tot wat vóór CPR-2024 nog het geval was, wordt de uitvoeringstermijn van die nieuwe Standardisation Requests beperkt. Als CEN er binnen de vooropgestelde periode niet in slaagt een antwoord te formuleren dat voldoet aan de opdracht, behoudt de Europese Commissie zich het recht voor om, via een gedelegeerde handeling, zelf een alternatieve geharmoniseerde Technische Specificatie naar voor te schuiven.  

Bepaling van het producttype (ITT), Productiecontrole (FPC), Beoordelings- en verificatiesystemen (AVS)

De nieuwe Verordening bevat een reeks artikelen over de verplichtingen van fabrikanten en andere partijen die een product op de Europese markt brengen. In de basis moet een fabrikant aan de hand van een aantal typetesten (Initial Type Testing of ITT) de prestaties voor de essentiële productkenmerken bepalen (inclusief PEEC) en verifiëren dat zijn product voldoet aan eventuele productvereisten. Verder dient de implementatie van een productiecontrolesysteem (Factory Production Control of FPC) de fabrikant toe te laten om doorlopend producten te leveren die voldoen aan die initieel bepaalde productkenmerken en productvereisten.

Net als in het verleden, moeten onderdelen van dit proces uitgevoerd worden of gecontroleerd worden door een notified body [5]. Het beoordelings- en verificatiesysteem (Assessment and Verification Systems of AVS) dat vastlegt wie instaat voor welk onderdeel van dit proces wordt per product bepaald door de Europese Commissie en vastgelegd in de geharmoniseerde technische specificatie.

Voor het nazicht van de duurzaamheidskenmerken introduceert CPR-2024 een nieuw niveau 3+.

Prestatie en Conformiteitsverklaring (DoPC) en CE-markering

De Prestatie en Conformiteitsverklaring (Declaration of Performance and Conformity of DoPC) is de opvolger van de Prestatieverklaring onder de voorgaande Bouwproductenverordening. Van zodra er voor een product een geharmoniseerde technische specificatie van toepassing is, moet een fabrikant (of de partij die het product binnen Europa op de markt brengt) een DoPC opstellen. De DoPC bevat een aantal administratieve gegevens, de lijst met essentiële kenmerken, de vooraf bepaalde milieukenmerken en de productvereisten waaraan wordt voldaan. Voor de essentiële kenmerken en de milieukenmerken wordt de waarde vermeld waaraan het product voldoet.

Een fabrikant is niet verplicht om voor alle productkenmerken en milieukenmerken een waarde op te geven. Er dient minstens voor de kenmerken waarvoor er wettelijk vastgelegde drempels bestaan in het land of de landen waar het product op de markt wordt gebracht, een waarde worden voorzien. Voor de milieukenmerken moet ook altijd voor het kenmerk Global Warming Potential een waarde worden opgegeven.

Andere verklaringen over essentiële kenmerken, vooraf bepaalde milieukenmerken en productvereisten mogen niet in tegenspraak zijn met wat wordt vermeld in de DoPC. Opgave van een essentieel kenmerk in een technische fiche, op een website, ... is enkel toegelaten als deze informatie ook is voorzien in de DoPC (en niet tegenstrijdig is)

Onder de voorgaande versie van de Bouwproductenverordening moest een fabrikant voor producten waarvoor een Europese Technische Boordeling werd afgeleverd, een Prestatieverklaring opstellen. Onder CPR-2024 is dit niet langer verplicht. Producten met een Europese Technische Beoordeling kunnen zowel met als zonder DoPC op de markt worden gebracht.

Van zodra een fabrikant voor een product een DoPC heeft opgesteld dient hij op dat product ook de CE-markering aan te brengen. De CE-markering bestaat uit het bekende CE-logo, aangevuld met een aantal andere gegevens. Er moet een duidelijke relatie bestaan tussen de CE-markering en de aanduidingen op het product en de DoPC die de volledige productinformatie weergeeft. Als het niet mogelijk is het product zelf te voorzien van een aantal identificaties, mag dit alternatief ook op de verpakking of op leveringsdocumenten.

Door het vastleggen van een aantal productkenmerken in de DoPC en door het aanbrengen van de CE-markering op het product, neemt de fabrikant verantwoordelijkheid voor deze productkenmerken.  

Digitalisering

Met CPR-2024 wordt een stap gezet naar verdere digitalisering. De DoPC moet in een electronisch formaat ter beschikking worden gesteld. Als de fabrikant ervoor kiest zijn DoPC via een website ter beschikking te stellen moet dit bovendien gebeuren in een gestructureerd electronisch formaat dat geautomatiseerde verwerking toelaat.

Het gestructureerde electronisch formaat zal voor elk product worden vastgelegd in de toekomstige geharmoniseerde technische specificaties.

De CE-markering op het product moet bovendien voorzien in een data carrier (URL, QR-code, …) die ondubbelzinnig verwijst naar deze digitale DoPC.

Digital Product Passpoort

CPR-2024 introduceert ook voor bouwproducten het Digitaal Product Paspoort zoals voorzien in Verordening 2024/1781 [6]. Net als voor veel andere producten zal een fabrikant van bouwproducten die onder het toepassingsgebied van de Bouwproductenverordening vallen, informatie over zijn product digitaal toegankelijk moeten maken. Behalve de prestatie- en conformiteitsverklaring, moeten ook installatievoorschriften, veiligheidsinformatie, informatie i.v.m. onderhoud en herstelling, aanbevelingen voor gebruik, … worden opgenomen in dit digitaal productpaspoort [7].

Timing

Vanaf 8 januari 2026 wordt CPR-2024 geleidelijk van toepassing. Het CPR Acquis proces, het opstellen van geactualiseerde normalisatieverzoeken en vervolgens de aanpassing van bestaande of het opstellen van nieuwe geharmoniseerde technische specificaties, zal nog verschillende jaren in beslag nemen. In afwachting van aangepaste technische specificaties, blijven de bestaande normen geldig en zijn de nieuwe verplichtingen volgens CPR-2024 nog niet van toepassing.

En voor de wegenbouw?

De Bouwproductenverordening is van toepassing voor het op de markt brengen van producten, ongeacht of dit gebeurt als onderdeel van het leveren van een dienst of niet. De tekst blijft vaag over het wel of niet inbegrepen zijn van producten die op de werf worden gemaakt . Onder de vorige Verordening (CPR-2011) zijn er echter op de werf geproduceerde producten (ter plaatse gestorte betonnen afschermende constructies, oppervlakbehandelingen) waarvoor de Verordening wel degelijk van toepassing is. De kans bestaat dat de Europese Commissie later voor bepaalde op de werf vervaardigde producten, zal verduidelijken of deze wel of niet binnen het toepassingsgebied van CPR-2024 vallen.

Los daarvan hebben aannemers voor bepaalde producten ook de rol van producent. De productie van asfalt en de recyclage van beton of andere steenachtige materialen vallen binnen het toepassingsgebied van de Verordening.

Met de nieuwe Verordening worden op termijn de verklaring van een aantal milieukenmerken en het digitaal ter beschikking stellen van productinformatie een verplichting. Die informatie moet op termijn gebruikers op een efficiëntere manier toegang geven tot betere en meer relevante productinformatie. Zelfs als het onder CPR-2024 wegens formele redenen niet verplicht zou zijn deze informatie ter beschikking te stellen, zal dit voor gebruikers vermoedelijk wel een meerwaarde hebben en is het niet ondenkbaar dat deze of gelijkaardige informatie toch zal worden opgevraagd.


  1. EER (Europese Economische Ruimte): landen van de EU + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein 
  2. Regulation (EU) 2024/3110 of the European Parliament and of the Council of 27 November 2024 laying down harmonised rules for the marketing of construction products and repealing Regulation (EU) No 305/2011
  3. Over de draagwijdte van het begrip regelgevingsbehoefte is er veel onduidelijkheid. De Bouwproductenverordening gaat in essentie over het vastleggen van regels waaraan een producent moet voldoen om zijn product binnen Europa te mogen verkopen. Voorwaarden om een product te gebruiken daarentegen zijn dikwijls – hoewel niet altijd wettelijk vastgelegd – ook bepalend of een product wel of niet kan worden toegepast en bepalen in die zin mee de markttoegang van een product.
  4. Begin 2026 zijn er nog geen geharmoniseerde technische specificaties volgens CPR-2024 beschikbaar. De lijst van geharmoniseerde normen onder CPR-2011 is hier  beschikbaar.
  5. Begin 2026 zijn er nog geen instellingen die werden genotificeerd onder CPR-2024. De lijst van notificaties onder CPR-2011 is op deze pagina beschikbaar
  6. Regulation (EU) 2024/1781 of the European Parliament and of the Council of 13 June 2024 establishing a framework for the setting of ecodesign requirements for sustainable products, amending Directive (EU) 2020/1828 and Regulation (EU) 2023/1542 and repealing Directive 2009/125/EC
  7. CPR-2024, bijlage IV: lijst van Algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie die deel uitmaken van het digitaal productpaspoort7
  8. De eerste ontwerptekst voor CPR-2024 bevatte ook het begrip ‘direct installation’ en gaf duidelijk aan dat ter plaatse gerealiseerde producten onderdeel waren van de beoogde Verordening. In de definitieve tekst werd dit begrip echter geschrapt.