Bepaling van de mechanische eigenschappen van hydraulisch gebonden grond met de splijttreksterkteproef
Beschrijving van het werkgebied
![]() |
Het principe van de splijttreksterkteproef bestaat er voornamelijk in een diametrale samendrukkingsproef te verrichten op een verdicht proefstuk behandelde grond, dat gedurende een bepaalde tijd is bewaard. |
De splijttreksterkteproef, ook of «Braziliaanse proef» genoemd, is een laboratoriumproef waarmee de splijttrek- of indirecte treksterkte (Rit) van hydraulisch gebonden grond kan worden bepaald. Zij wordt verricht volgens Europese norm EN 13286-42. Uit de splijttreksterkte kan de (directe) treksterkte worden afgeleid, die moeilijker te meten is. Zoals de Handleiding voor grondbehandeling met kalk en/of hydraulische bindmiddelen (A 81/10) aangeeft, kan aan de hand van de splijttreksterkte Rit de vorstbestendigheid van behandelde grond worden nagegaan. Als deze grond als (onder)funderingslaag dient, staat hij immers bloot aan de inwerking van vorst en moet hij dus voldoende tegen vorst bestand zijn. Om uit te maken of dat zo is, is empirisch vastgelegd dat de splijttreksterkte Rit na zestig dagen of op de ouderdom bij de vermoedelijke datum van vorstintrede op de bouwplaats groter moet zijn dan 0,25 MPa. Met behulp van specifieke apparatuur in de vorm van verplaatsingssensoren (zie de foto onder Uitrusting) kunnen bij deze proef ook de elasticiteitsmodulus en de coëfficiënt van Poisson worden bepaald. De werkwijze daarvoor staat beschreven in norm EN 13286-43. De elasticiteitsmodulus E en de coëfficiënt van Poisson Als behandeling van grond voor toepassing in een (onder)funderingslaag overwogen wordt, moeten de splijttreksterkteproeven zowel tijdens het vooronderzoek naar het mengselontwerp als tijdens de controles na de uitvoering van de behandelde grondlaag plaatsvinden. Het vooronderzoek wijst uit of behandelen al of niet aangewezen is en in welke dosering het bindmiddel moet worden toegepast. Uit de proeven op de proefstukken na verschillende bewaartijden (doorgaans achtentwintig, zestig en negentig dagen) kan het langetermijngedrag van het materiaal worden voorspeld. De berekeningen voor de dimensionering geven de dikte van de te behandelen grondlaag, evenals trouwens de dikte van de hele constructie. Het ter plaatse behandelde grondmengsel moet worden gecontroleerd door in het laboratorium proefstukken te vervaardigen bij het optimum volgens de gewone Proctorproef. De splijttreksterkte wordt dan aan drie proefstukken bepaald, na zestig dagen bewaring bij 20°C. De gemiddelde Rit van de drie proefstukken moet groter zijn dan 0,25 MPa. |
|
Contact:
Régis De Bel,
Colette Grégoire
