Karakterisering van ongebonden korrelvormige materialen
Beschrijving van het werkgebied
![]() |
Toepassing van secundaire korrelvormige materialen in (onder)fuderingslagen maakt het mogelijk te besparen op het verbruik van natuurlijke delfstoffen, de kosten voor materiaaltransport te verlagen en duur storten van secundaire materialen te vermijden. |
Deze secundaire aggregaten komen voornamelijk van afvalstoffen uit de bouw, de metaalverwerkende nijverheid en huisvuilverbrandingsinstallaties. Sommige ervan (behandelde AVI-slak, staalslak, roestvrijstaalslak, betonpuingranulaat, mengpuingranulaat, enz.) zijn opgenomen in Belgische bestekken. Bij toepassing van deze materialen in funderingen of onderfunderingen is het zeer belangrijk de mechanische eigenschappen – waaronder de reversibele vervormingsmodulus, de coëfficiënt van Poisson en de vermoeiingswet – ervan te bepalen, om de ontwerplaagdikten optimaal te berekenen en het langetermijngedrag van de wegconstructie in te schatten. Door een betere kennis van deze materialen wordt het mogelijk ze optimaal, dus zonder te grote laagdikten, toe te passen, te besparen op investeringskosten door materialen te gebruiken die vaak minder duur zijn, en tegelijk te voldoen aan duurzaamheidscriteria. Het OCW heeft daarom zijn laboratorium uitgerust met een apparaat voor cyclische triaxiaalproeven op ongebonden, korrelvormige materialen (natuurlijke of secundaire). De uitrusting is operationeel sinds januari 2008. Er zijn proeven verricht op betonpuingranulaat, op staalslak en op kalksteenslag, dat als referentiemateriaal is gekozen. Deze materialen zijn representatief voor de aggregaten die in België voorhanden zijn en toepassing vinden. |
Contact:
Colette Grégoire,
Régis De Bel
