Investeren in wetenschappelijk onderzoek fiscaal beloond?!
Jazeker, investeren in wetenschappelijk onderzoek wordt fiscaal beloond: sinds 1 oktober 2005 kunnen nu ook bedrijven gedeeltelijk worden vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing op het loon van onderzoekers die wetenschappelijk onderzoek verrichten in het kader van een samenwerkingsovereenkomst met een erkende onderzoeksinstelling. Met deze maatregel ondersteunt de Belgische federale regering de doelstelling voor Europese lidstaten om het bedrag in hun begroting voor wetenschappelijk onderzoek tegen 2010 tot 3 % van hun bruto nationaal product te verhogen. De Europese Unie beschouwt wetenschappelijk onderzoek immers als de onmisbare en stuwende kracht achter duurzame innovatie en economische vooruitgang. Bovendien erkent de Belgische overheid zo ook uitdrukkelijk de belangrijke rol die erkende wetenschappelijke instellingen spelen in de overdracht van door onderzoek en ontwikkeling verworven kennis op bedrijven, in het bijzonder op KMO’s.
Wat?
De vrijstelling houdt in dat het bedrijf:
- 65 % (sinds 1/07/2008) van de bedrijfsvoorheffing op het loon van wetenschappelijke onderzoekers niet aan de Schatkist moet doorstorten;
- het niet-doorgestorte bedrag in wetenschappelijk onderzoek investeert. Dit bedrag hoeft niet noodzakelijk aan nieuwe aanwervingen te worden besteed.
Concreet kan deze maatregel jaarlijks een fiscale aanmoediging van 4000 tot 10000 EUR per voltijdse onderzoeker opleveren.
Hoe?
De vrijstelling geldt alleen voor:
- lonen van onderzoekers die aan de diplomaeisen voldoen (minimaal een diploma hoger onderwijs);
- lonen van onderzoekers waarop 100 % bedrijfsvoorheffing wordt geïnd;
- het deel van hun loon dat aan het werkpakket van het onderzoeksproject wordt besteed;
- de duur van het onderzoeksproject;
- wetenschappelijk onderzoek dat wordt verricht in het kader van een (bestaande of nieuwe) samenwerkingsovereenkomst met een erkende onderzoeksinstelling. Het moet om effectieve samenwerking gaan, waarbij:
- onderzoekers van het bedrijf en medewerkers van de onderzoeksinstelling samen het onderwerp van het onderzoeksproject bepalen;
- het bedrijf eventueel een beroep doet op de onderzoeksinstelling voor de uitvoering van proeven of specifieke taken;
- onderzoekers van het bedrijf geregeld met de medewerkers van de onderzoeksinstelling overleggen over de voortgang van het project, de resultaten en de eventuele bijsturing ervan;
- synergieën worden ontwikkeld door onderzoeksresultaten uit te wisselen.
Ook voor wegenbouwbedrijven?
Jazeker: veel wegenbouwers beschouwen hun vak als weinig innoverend en niet onderzoeksgericht, maar ze verrichten vaak wetenschappelijk onderzoek zonder het zelf te beseffen. Het verbeteren van materialen en technieken, het aanleggen van proefvakken, enz. kan inderdaad als wetenschappelijk onderzoek worden beschouwd. Wegenbouw is bovendien weinig seriematig,want bij elk project moet terdege rekening worden gehouden met de plaatselijke omstandigheden. Daarom moeten wegenbouwers eigenlijk constant innoverende oplossingen zoeken.
Jazeker:het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw is een erkende onderzoeksinstelling waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst kunnen afsluiten.
Meer weten?
Voor gedetailleerde informatie en concrete afspraken
kunt u in het Centrum steeds terecht bij:
M. Servranckx: 02 775 82 50, e-mail: m.servranckx@brrc.be;
H.Van Hove: 02 775 82 41, e-mail: h.vanhove@brrc.be.
Definitie van wetenschappelijk onderzoek
en internationale richtlijnen voor
het meten van technologische innovatie:
www.belspo.be van het Federaal Wetenschapsbeleid,
rubriek O&O-indicatoren en
-innovatie
Voorwaarden voor het verkrijgen
van de vrijstelling:
artikel 385 van de Programmawet (I) van 24 december
2002, artikel 117 van de Programmawet van 8
april 2003 en artikel 366 van de Programmawet van
27 december 2004, artikel 44, § 2 van KB/WIB 92
www.staatsblad.be