Oprichting
Het Opzoekingscentrum voor de wegenbouw (OCW) is een private researchinstelling van openbaar nut, in 1952 bij koninklijk besluit opgericht ter uitvoering van een besluitwet van 1947 tot bevordering van de vooruitgang van het onderzoek in de industrie.
Na de Tweede Wereldoorlog besliste de Belgische regering inderdaad een instrument te creëren om het innovatieproces in de industrie te versnellen. In januari 1947 vaardigde toenmalig minister van Wederopbouw De Groote een besluitwet uit met de voorwaarden voor de oprichting van centra die door wetenschappelijk onderzoek de technische vooruitgang moesten bevorderen en coördineren. Op grond van deze wet richtten verscheidene bedrijfstakken hun eigen onderzoekscentrum op. Zij hebben zich inmiddels verenigd in de Unie van Collectieve-Researchcentra (UCRC).
In die context werd op 5 mei 1952, op verzoek van het “Verbond der Belgische Aannemers van Wegeniswerken” in samenspraak met de wegbeherende overheden en onder de bescherming van het Ministerie van economische zaken, bij koninklijk besluit het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw opgericht. Het Centrum heeft van deze wordingsgeschiedenis het zeer bijzondere statuut van een uit een privé-initiatief ontstane researchinstelling van openbaar nut overgehouden, waardoor het nauw samenwerkt met alle spelers in de wegenbouw.
Het Centrum wil een onafhankelijk kenniscentrum zijn, dat in de spits van de technologie op wegengebied staat.
Opdracht
De sleutelwoorden waarrond de kernactiviteiten van het Centrum zijn opgebouwd, zijn:
- onderzoek, ontwikkeling en toepassing op het gebied van wegontwerp, wegenbouw, wegenonderhoud, verkeersveiligheid, mobiliteit en milieuvriendelijke wegenbouw, ten behoeve van wegenbouwbedrijven en wegbeherende overheden;
- dienstbetoon aan de vakmensen van wegenbouwbedrijven, de bevoegde nationale, gewestelijke en plaatselijke overheden, producenten van materialen en materieel, keurings-, certificatie- en normalisatie-instellingen, het onderwijs in alle vormen en op alle niveaus, adviesbureaus en ontwerpers, en keurings- en beproevingslaboratoria.
Activiteiten
De kernactiviteiten kunnen we als volgt samenvatten:
- toegepast onderzoek verrichten;
- standaardproeven, tegenproeven en expertises verrichten, alsook specifieke studies en proeven voor nieuwe producten, nieuwe aanleg- of onderhoudstechnieken en nieuw materieel; voor verscheidene van die proeven heeft het OCW een BELAC-accreditatie;
- alle nuttige informatie, met name de onderzoeksresultaten, verspreiden via handleidingen en praktijkgidsen, meetmethoden, researchverslagen, de OCW-Mededelingen, voordrachten, studiedagen, deelname aan tentoonstellingen, open dagen, enz.;
- technische, organisatorische en documentaire bijstand verlenen en software ontwikkelen;
- opleidingen geven en technologie overdragen;
- meewerken aan het vastleggen van regels, voorschriften en normen op nationaal en internationaal niveau, en aan certificatie (inzonderheid van kwaliteitszorgsystemen);
- helpen bij het opzetten van kwaliteitszorgsystemen in de wegenbouw.
Organisatie en werking
Het OCW wordt bestuurd door een Algemene Raad met 28 leden die alle bij de wegenbouw betrokken partijen
vertegenwoordigen, en door een Bestendig Comité met 7 leden. Dit Comité wordt door een
Comité van het Programma geadviseerd over projecten op korte, middellange en lange termijn.
De Algemene Raad kiest een directeur-generaal voor het dagelijkse beheer van het Centrum.
Om de concrete invulling van zijn kernactiviteiten zo nauw mogelijk bij de behoeften van de klanten te doen aansluiten, heeft het OCW technische comités opgericht. Deze comités zijn samengesteld uit vakmensen (aannemers, wegbeheerders en deskundigen) van binnen en buiten het Centrum. Zij werken activiteitenprogramma’s uit met de projectonderwerpen die voorrang verdienen.
Momenteel zijn er zeven technische comités:
- 1A – Mobiliteit;
- 1B – Verkeer en veiligheid;
- 2 – Leefmilieu;
- 3 – Betonwegen en bestratingen;
- 4 – Asfaltwegen en andere bitumineuze toepassingen;
- 5 – Beheer van het wegenpatrimonium;
- 6 – Geotechniek en funderingen.
Vier technische afdelingen bestrijken de prioritaire werkgebieden van deze technische comités:
- de afdeling Mobiliteit;
- de afdeling Veiligheid en wegbeheer;
- de afdeling Asfaltwegen, bitumineuze toepassingen en chemie;
- de afdeling Leefmilieu, betonwegen, geotechniek en oppervlakkenmerken.
De projectonderwerpen hebben betrekking op alle aspecten van de bouw van wegen, wegbruggen en vliegveldbanen, van het ontwerp van het wegennet en het vaststellen van kwaliteitscriteria tot de eigenlijke bouw en, in een latere fase, de inspectie en het onderhoud. Sommige projectonderwerpen behelzen diverse aspecten en worden daarom door verscheidene afdelingen behandeld.
Daarenboven staan vier technologische adviesdiensten (TAD’s) ter beschikking van alle Belgische bedrijven, en in het bijzonder de KMO’s:
- bitumineuze materialen in de burgerlijke bouwkunde;
- hydraulische en puzzolane materialen in de wegenbouw;
- recycling en milieuzorg als weg naar duurzame wegenbouw;
- technieken voor de aanbrenging, het onderhoud en de renovatie van rioolstelsels.
Bovendien staat sinds november 2004 een “Normensteunpunt” onder leiding van het OCW de KMO’s in de wegenbouw ten dienste voor alle nuttige informatie in verband met normalisatie. Het werkterrein van dit steunpunt strekt zich uit over alle vakgebieden in de wegenbouw waarop het OCW actief is.
Zowel TAD’s en het normensteunpunt als verscheidene onderzoeksprogramma’s worden opgezet in samenwerking en/of met steun van gewestelijke, federale of Europese instanties.
Personeel
Het OCW telt een honderdtal medewerkers. Door de verschillende opleidingen van deze medewerkers (civiel-ingenieurs, fysici, chemici, economen, milieudeskundigen, verkeersingenieurs, enz.) kunnen multidisciplinaire teams worden samengesteld voor een integrale aanpak van de diverse projecten.
Zij zijn verdeeld over drie vestigingen (Sterrebeek, Waver en Woluwe), die zich in de verschillende gewesten bevinden, maar niettemin elk voor heel het land werken.
Bestaansmiddelen

Krachtens de besluitwet van 1947 en het koninklijk besluit van 1952 moet iedere Belgische of buitenlandse «ressorterende» aannemer het Centrum een bijdrage van 0,8 % betalen, berekend op het totale bedrag van de werken die hij op Belgische bodem heeft uitgevoerd.Het maakt daarbij niet uit of deze werken bij openbare of beperkte aanbestedingen dan wel bij onderhands gesloten contracten zijn gegund.
Een andere belangrijke bron van inkomsten vormen de subsidies van gewestelijke, federale en Europese instanties voor wetenschappelijk-technologisch onderzoek.
Ten slotte heeft het Centrum ook diverse ontvangsten uit dienstverrichtingen zoals stages, studiedagen, specifieke studies, proeven, analysen en bijstand, uit contributies van steunende leden, uit royalties en uit de verkoop van publicaties.
Leden
Als "ressorterend lid" (aannemer) wordt beschouwd iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens hoofd- of bijactiviteit bestaat in het aanleggen, herstellen en/of onderhouden van wegen, straten, pleinen, bruggen en vliegveldbanen, inclusief alle aanverwante voorzieningen zoals wegbebakening en verkeersgeleiding, rioleringen, voetpaden, fietspaden en kleine kunstwerken.
Van bij zijn oprichting streeft het Centrum echter naar nauwe banden met niet alleen zijn ressorterende leden, maar ook met alle andere spelers in de wegenbouw: overheden, adviesbureaus, de academische wereld, enz. Daarom biedt het OCW deze spelers de mogelijkheid om tegen een bescheiden jaarlijkse bijdrage "steunend lid" te worden.
Nationale en internationale samenwerking
Om in de spits van technologie en normalisatie op wegengebied te blijven, past het Centrum zich in een nationaal, Europees en internationaal netwerk met gelijksoortige instituten en bevoegde overheden in.
In België haalt het daarom de samenwerkingsbanden aan met het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor de Bouw (WTCB), beroepsverenigingen (Benelux Bitume, FEBELCEM, FSBP, enz.), het Bureau voor Normalisatie (NBN) en verscheidene spelers op het gebied van certificatie (BUtgb, COPRO, OCCN, PROBETON). Het Centrum speelt ook een leidinggevende rol in de Belgische Wegenvereniging (BWV), die onder meer de Belgische Wegencongressen, specifieke studiedagen en de Belgische deelname aan activiteiten van de World Road Association (PIARC) organiseert.
In het ruimere Europese kader van het Forum of European National Highway Research Laboratories (FEHRL) versterkt het Centrum zijn samenwerking met nationale onderzoekscentra voor de wegenbouw in andere Europese landen, met de Europese Unie en met het Europees comité voor normalisatie (CEN).
Op wereldniveau handhaaft het Centrum zijn traditionele inbreng in tal van organisaties zoals World Road Association (PIARC), Réunion internationale des Laboratoires d'Essais et de Recherches sur les Matériaux et les Constructions (RILEM), International Organization for Standardization (ISO) en Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
Adressen
Maatschappelijke zetel:
Woluwedal 42
1200 BRUSSEL
TEL. : 02 775 82 20 + 32 2 775 82 20 (internationaal)
FAX : 02 772 33 74 + 32 2 772 33 74 (internationaal)
e-mail : BRRC@BRRC.be
Laboratoria :
Fokkersdreef 21
1933 STERREBEEK
TEL. : 02 766 03 00 + 32 2 766 03 00 (internationaal)
FAX : 02 767 17 80 + 32 2 767 17 80 (internationaal)
Avenue Lavoisier 14
1300 WAVER
TEL. : 010 23 65 00 + 32 10 23 65 00 (internationaal)
FAX : 010 23 65 05 + 32 10 23 65 05 (internationaal)