Onderzoek naar zuiverend vermogen van waterdoorlatende bestratingen (DPODRAIN)

|

Kerntaken (1)

>>

Aanleg proefvakken op de terreinen van Centre de Compétence FOREM – Polygone de l’Eau te Verviers

Context

(zoom)
Figuur 1 – Opbouw van de proefvakken

In OCW Mededelingen 102 (blz. 8-10) berichtten wij over de voortgang van de door de Service Public de Wallonie (SPW) gesubsidieerde projecten DPOD en DPODRAIN. In deze twee projecten voert het OCW, in samenwerking met CEWAC, het departement Milieu van CELABOR en het CWBI van de Université de Liège, onderzoek naar het zuiverende vermogen van waterdoorlatende bestratingen, al dan niet met toevoeging van micro-organismen die koolwaterstoffen kunnen afbreken. De veelbelovende resultaten van het DPOD-project (2012-2014) worden verder getoetst in het DPODRAIN-project (2014-2016).

DPODRAIN heeft onder meer als doel de resultaten van DPOD in-situ te valideren. Daartoe zijn op de terreinen van het Centre de Compétence FOREM – Polygone de l’Eau te Verviers vier proefvakken gerealiseerd.

Doelstellingen

De voornaamste doelstelling van de proefvakken is het zuiverende vermogen en de evolutie van de microbiële populatie in reële omstandigheden te kwantificeren. Voorts zal de haalbaarheid van de in DPOD ontwikkelde inoculatietechnieken voor het aanbrengen van de micro-organismen worden onderzocht.

Opbouw van de proefvakken

(zoom)
Figuur 2 – Algemeen overzicht van de vier proefvakken

Figuur 3 – Besproeiing van het oppervlak met micro-organismen

Op figuur 1 is de opbouw van de proefvakken op het terrein van Polygone de l’Eau weergegeven. In totaal zijn vier proefvakken van 6,00 m x 5,00 m aangelegd (figuur 2). De opbouw van de vier proefvakken is identiek. Op de proefvakken 1 en 2 zijn na de aanleg door eenvoudige besproeiing micro-organismen op het oppervlak verspreid (figuur 3). Bij proefvak 3 zijn de aggregaten van de straatlaag vooraf met micro-organismen omhuld. Proefvak 4 is een referentieproefvak zonder micro-organismen.

Het water dat op de proefvakken terechtkomt, wordt via een drainagebuis naar een inspectieput afgeleid. Daar kunnen monsters worden genomen voor het analyseren van de koolwaterstofconcentraties in het effluent. Op drie van de vier proefvakken zal wekelijks vervuiling in de vorm van 100 ml diesel worden aangebracht. Deze hoeveelheid diesel is gekozen na een uitgebreide literatuurstudie en rekening houdend met de limiet van 5mg/l voor het maximale koolwaterstofgehalte bij lozing van oppervlaktewater.

Aanleg van de proefvakken

De proefvakken zijn aangelegd in het kader van een opleiding tot stratenmaker van de Waalse dienst voor arbeidsbemiddeling FOREM (zie foto's in OCW Mededelingen 104, blz. 8 en 9).

Simulatieproeven in het laboratorium


Figuur 4 – Simulatieproeven in het laboratorium

Naast de vier proefvakken zijn in het laboratorium vijf proefopstellingen gebouwd (figuur 4). Ze hebben als doel het zuiverende vermogen van de toegepaste inoculatietechnieken in laboratoriumomstandigheden te verifiëren en te kwantificeren. De proefopstellingen hebben een diameter van 600 mm. De opbouw is dezelfde als voor de proefvakken. Bij deze proeven zal wekelijks 15 ml diesel op het oppervlak worden aangebracht. Het effluent wordt onder in de proefopstelling opgevangen en nadien geanalyseerd.

Toekomstperspectieven

Gedurende iets meer dan een jaar zal het effluent van de vier proefvakken en de laboratoriumproefopstellingen worden geanalyseerd. Na afloop van de proeven zullen monsters uit de verschillende lagen worden genomen, om het koolwaterstofgehalte over de volledige diepte van de constructie te bepalen. Het uiteindelijke doel is het risico op bodem- en grondwaterverontreiniging bij toepassing van waterdoorlatende bestratingen objectief te beoordelen.

Over het verdere verloop van de proeven en de resultaten wordt u te gelegener tijd via onze website en OCW Mededelingen geïnformeerd.

Contact: