Waterdoorlatende bestratingen

Een milieuvriendelijke verharding die kadert binnen een integraal waterbeleid

Waterdoorlatende verhardingen spelen een belangrijke rol in het kader van een integraal waterbeleid, waarbij het gevaar op overstroming zoveel mogelijk dient te worden beperkt - onder meer door het water zolang mogelijk ter plaatse te houden. Dankzij een totaal concept van doorlatendheid, vanaf het oppervlak tot de bodem, wordt regenwater gebufferd, bij voorkeur in de onderfundering, waarna men het indien mogelijk in de ondergrond laat infiltreren. Waterdoorlatende bestratingen worden toegepast als buffer- en infiltratiesysteem op parkings, pleinen, wegen met beperkt verkeer, fietspaden, enz.

De voornaamste oorzaken van overstromingen zijn de onvoldoende opvangcapaciteit van rioleringen en waterwegen en de toename van bebouwing en verharde, waterondoorlatende oppervlakken. Een belangrijke stap naar het vermijden van overstromingen, overbelasting van het rioleringsstelsel of in-werking-treden van overstorten is afkoppelen van het regenwater, door het zoveel mogelijk ter plaatse te bufferen en te laten infiltreren. Als het mogelijk wordt om bij nieuwe verhardingen het water ter plaatse te bufferen en te laten infiltreren, zullen de milieuhinder en de overlast door zware stortbuien sterk verminderen.

Toepassing van waterdoorlatende bestratingen heeft niet alleen het voordeel dat vermeden wordt dat water dat van het oppervlak afstroomt onmiddellijk in de riolering of de waterloop terechtkomt, maar zorgt ook voor een verhoging van het grondwaterniveau. Wanneer geen infiltratie mogelijk is, zal het water tijdelijk in de structuur worden opgeslagen en vertraagd worden afgevoerd naar een nabijgelegen infiltratiebekken of sloot.

De minimale doorlatendheid van de gehele structuur (bestrating, straatlaag, fundering en eventueel onderfundering) dient gelijk te zijn aan 5,4*10-5 m/s. Dit komt overeen met een regen van 16 mm gespreid over 10 minuten of, omgerekend, 270 l/s/ha, rekening houdend met een veiligheidsfactor gelijk aan 2. Deze regen heeft statistisch gezien een terugkeerperiode van 30 jaar. De doorlatendheid neemt bij voorkeur toe naarmate men dieper in de structuur gaat, om de kans op verstopping of sterke vermindering van de doorlatendheid zo klein mogelijk te houden.

De doorlatendheid van de straatstenen wordt verkregen door de poreuze structuur van de steen zelf of door de aanwezigheid van verbrede voegen of drainageopeningen tussen de stenen. Ook grastegels kunnen als waterdoorlatende verharding worden gebruikt, op voorwaarde dat ze gevuld zijn met granulaten of volledig met gras begroeid zijn. De doorlatendheidseisen voor betonstraatstenen zijn vastgelegd in PTV 122, de eigenschappen van de volledige structuur zijn bepaald in PTV 827.

Waterdoorlatende verhardingen worden gedimensioneerd aan de hand van een beslissingsboom, die duidelijk het werkingsprincipe weergeeft: het drainagesysteem onder in de structuur wordt gekozen naargelang van de doorlatendheid van de ondergrond en dus van de aanwezige grondsoort, de fundering wordt gedimensioneerd als functie van het verkeer en zorgt voor de draagkracht van de structuur, en de onderfundering zorgt voor de buffering en houdt de ondergrond indien nodig vorstvrij.

Naast goede dimensionering en uitvoering, waarbij in het bijzonder op goede verdichting dient te worden gelet, zijn ook juiste materiaalkeuze en goede controle van primordiaal belang. Voor deze controle zijn verschillende proeven ontworpen ter bepaling van de waterdoorlatendheid vóór verwerking (kolomproef) om een goede materiaalkeuze te kunnen maken, of ter bepaling van de doorlatendheid van de ondergrond (“open end”-proef) of van het afgewerkte oppervlak (dubbele-ringproef) op de bouwplaats. Daarnaast wordt gewerkt aan proeven om de doorlatendheid van de fundering te bepalen.

Werkingsprincipe

Het algemene werkingsprincipe van het waterdoorlatende verhardingssysteem met betonstraatstenen is als volgt:

  • Het hemelwater infiltreert via de waterdoorlatende betonstraatstenen, de voegvulling en de straatlaag naar de fundering. De straatstenen laten het water door en vermijden zo afstroming aan het oppervlak.
  • Het hemelwater wordt bij voorkeur in de onderfundering gebufferd; de fundering dient als extra veiligheid enverschaft de nodige draagkracht voor het aanwezige verkeer.
  • Het hemelwater infiltreert in de ondergrond, afhankelijk van de doorlatendheid van de ondergrond.
  • Het hemelwater dat niet in de ondergrond infiltreert, wordt via een knijpleiding vertraagd afgevoerd naar nabijgelegen sloten of infiltratiesystemen of naar het rioleringsstelsel.

Er zijn standaardstructuren vastgelegd als functie van de verkeersintensiteit en de doorlatendheid van de ondergrond.

FEBESTRAL bundelt basiskennis hemelwaterinfiltratie in film

De film werd verwezenlijkt met de inhoudelijke en/ of financiële steun van (alfabetisch) AB-Roads, BENOR vzw, COPRO vzw, OCW-CRR, PROBETON vzw en FEBESTRAL en haar leden.

In deze film wordt ook de dubbele-ringproef van het OCW ter bepaling van de oppervlaktewaterdoorlatendheid van bestratingen gedemonstreerd.