Stabiliseren van betonplatenwegen

Oude betonplatenwegen vertonen na ettelijke tientallen jaren gebruik vaak trapjesvorming en kunnen aanleiding geven tot trillingen. Dit gebrek kan zijn oorsprong vinden in onder meer het ontbreken van een fundering of het niet stabiel-zijn van de fundering, wat vaak samengaat met gebrekkige drainage of niet-draagkrachtige ondergrond. Bij oude wegen is dit ‘ouderdomsverschijnsel’ vaak toe te schrijven aan openstaande voegen of de zeer hoge ouderdom en de daaraan verbonden langdurige verkeersbelasting. Bij “jonge” wegen dient de oorzaak van trapjesvorming en plaatbeweging te worden onderzocht voordat reparaties worden uitgevoerd.

Onstabiliteit van betonplaten ontstaat ter hoogte van de voegen door het indringen van water. Ingesloten water dat zich onder de voegen bevindt, wordt onder verkeer weggepompt en voert fijn materiaal mee. Hierdoor ontstaan holten onder de platen, die steeds groter worden en de trapjesvorming en plaatbewegingen doen toenemen.Dit resulteert in discomfort voor de weggebruiker en soms in vroegtijdige beschadiging van de hele weg, doordat er scheuren ontstaan waar de platen doorbuigen.

Deze problematiek kan in de volgende stappen worden behandeld:

  • bepalen van de oorzaak van de schade: de hoge ouderdom van de betonplaten, het niet of onvoldoende gevuld-zijn van de voegen, gebrekkige drainage, gebrekkige kwaliteit van het funderingsmateriaal, enz.;
  • stabiliseren van de platen;
  • eventueel overlagen met asfalt.

Om de platen te stabliseren, kunnen de holten eronder worden geïnjecteerd. Hierdoor kunnen ook de trapjes tot op zekere hoogte worden weggewerkt. Ter hoogte van de voegen kan het resterende hoogteverschil worden weggefreesd.

Als voor asfaltoverlaging wordt gekozen, is het aanbevolen de platen vooraf te beuken. Hierdoor ontstaan kleinere platen die minder aanleiding geven tot reflectiescheuren in het bovenliggende asfalt. Voor het overlagen, dient steeds een scheurremmende laag te worden aangebracht. Wegens het risico op scheurvorming is beuken niet toegestaan wanneer zich op minder dan 5 m van de weg gebouwen bevinden. De platen dienen dan door splijten te worden verkleind.

Als de verzakking van de platen het gevolg is van de beperkte lastoverdracht ter hoogte van de voegen, kunnen deuvels worden ingebracht. Hoewel dit nogal omslachtig is, is het zeker aanbevolen wanneer de voorziene deuvels ontbreken of ter hoogte van scheuren in een weg van bouwklasse B1-B5. Het inbrengen van deuvels heeft echter enkel zin als de betonplaten zelf nog in goede staat zijn.

De duurzaamheid van de reparatie hangt gedeeltelijk van de oorzaak van de schade af. Bijvoorbeeld, bij funderingsmateriaal van gebrekkige kwaliteit zullen al snel nieuwe verzakkingen optreden, ook al zijn de holtes goed geïnjecteerd.

De eenheid Betonwegen – Bestratingen van het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw heeft samen met de afdeling Asfaltwegen, andere bitumineuze toepassingen en chemie onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van deze gebreken en de doeltreffendheid van de verschillende oplossingen die kunnen worden toegepast.

Tijdens dit onderzoek is de doeltreffendheid van stabilisatie door beuken van het beton vóór overlaging met asfalt bepaald, evenals die van injecteren en oppompen van de platen. Tevens is het effect van het inbrengen van deuvels in de voegen van een bestaande weg nagegaan.

Meer informatie over het verloop van dit project is te vinden in het artikel Trillingsgecontroleerd stabiliseren van betonplaten voor duurzame asfaltoverlagingen met scheurremmende lagen.