Karakterisering van gebonden en ongebonden korrelvormige materialen

Toepassing van secundaire korrelvormige materialen in (onder)funderingslagen maakt het mogelijk te besparen op het verbruik van natuurlijke delfstoffen, de kosten voor materiaaltransport te verlagen en duur storten van secundaire materialen te vermijden.

Vervanging van welbekende en van oudsher gebruikte natuurlijke aggregaten door secundaire materialen mag de kwaliteit of de duurzaamheid van de ermee aangelegde weg niet schaden, moet onder kostenbeheersing plaatsvinden en mag op de plaats van toepassing geen verontreiniging veroorzaken. Daartoe is uitvoerig vooronderzoek vereist, volgens een methodische aanpak.

Deze secundaire aggregaten komen voornamelijk van afvalstoffen uit de bouw, de metaalverwerkende nijverheid en huisvuilverbrandingsinstallaties. Sommige ervan (behandelde AVI-slak, staalslak, roestvrijstaalslak, betonpuingranulaat, mengpuingranulaat, enz.) zijn opgenomen in Belgische bestekken.

Bij toepassing van korrelvormige materialen in funderingen of onderfunderingen is het zeer belangrijk de mechanische eigenschappen ervan te bepalen, om de ontwerplaagdikten optimaal te berekenen en het langetermijngedrag van de wegconstructie in te schatten.

Door een betere kennis van deze materialen wordt het mogelijk ze optimaal, dus zonder te grote laagdikten, toe te passen, te besparen op investeringskosten door materialen te gebruiken die vaak minder duur zijn, en tegelijk te voldoen aan duurzaamheidscriteria.

Het OCW blijft daarom korrelvormige materialen monitoren en toetsen aan de voorschriften in de gewestelijke bestekken, met oog voor de prioriteiten van de markt.