Bedrijfsleveringsplannen (BLP's) - Methodiek en pilotprojecten

Vakgebieden (1)

>>
|

Kerntaken (1)

>>

Context

Het opstellen van bedrijfsleveringsplannen (BLP’s, of DSP voor de Engelse term Delivery & Servicing Plans) is één van de actiepunten uit het Strategisch plan voor het goederenvervoer in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, dat de gewestelijke overheidsdienst Brussel Mobiliteit heeft uitgewerkt om tot efficiënter goederenvervoer en betrouwbare leveringen te komen. De BLP’s hebben enkel betrekking op de dagelijkse werking van bedrijven en niet op een mogelijke verbetering van hun distributieproces(sen). Bedrijven zijn één van de voornaamste actoren in de logistieke ketens omdat zij een vraag naar vervoer vanaf hun site genereren. Zij spelen dan ook een centrale rol in de daaraan verbonden processen, hoewel zij zich daar meestal niet bewust van zijn. Binnen een organisatie (bedrijf, administratie, ziekenhuis, universiteit) plaatsen de afdelingen hun bestellingen nog vaak elk afzonderlijk. Dat zorgt voor een weinig efficiënte logistieke afhandeling. Bedrijven in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest met meer dan honderd werknemers zijn verplicht een diagnose van het vervoer van hun werknemers en bezoekers te stellen en een actieplan hiervoor uit te werken. In een dergelijk bedrijfsvervoerplan (BVP) dient eigenlijk de aanpak voor personen- én goederenvervoer te worden beschreven. Het blijkt echter dat in de meeste BVP’s van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest goederenvervoer weinig of zelfs helemaal niet aan bod komt.

Doelstellingen

BLP’s hebben als doel de kosten van leveringen te drukken door de leveringen efficiënter te beheren en het aantal ritten te verminderen. Daarnaast heeft ook de samenleving baat bij BLP’s: minder verkeer en verkeerscongestie, minder CO2- uitstoot, minder verkeersonveiligheid, enz.

Methodiek

Infrastructuur voor de ontvangst van leveringen op de logistieke site van BNPPF
Verzamelen van gegevens op de ULB-campus Solbosch

Daarom heeft Brussel Mobiliteit het OCW opgedragen twee pilotprojecten te begeleiden, respectievelijk bij BNP Paribas Fortis (BNPPF) en de Université Libre de Bruxelles (ULB). Aan de hand van deze twee gevalsstudies, die gelijktijdig werden uitgevoerd, kon een methodiek op basis van BLP’s in andere Europese landen uitgewerkt en aan de praktijk getoetst worden. Het methodologisch proces verloopt in drie fasen.

Eerste fase – Diagnose

In deze eerste fase worden gegevens verzameld en geanalyseerd, om tot drie bedrijfsprofielen te komen:

  • toegankelijkheidsprofiel: onderzoekt de toegankelijkheid van de site en van de infrastructuur voor de ontvangst van leveringen;
  • leveringsprofiel: maakt een stand van zaken op van alle doortochten van dienstvoertuigen op de site gedurende ten minste één week;
  • profiel van interne werking: beschrijft alle processen die leveringen op de site genereren.

Tweede fase – Doelstellingen

Na de diagnose bepaalt het bedrijf de doelstellingen voor de vermindering van leveringen en de verbetering van het beheer ervan.

Derde fase – Maatregelen

De methodiek stelt een reeks maatregelen voor om de beoogde doelstellingen te kunnen bereiken. Het bedrijf kan dan een keuze maken volgens zijn middelen en configuratie. Vervolgens kan een actieplan worden uitgewerkt, met de prioriteiten en de tijdshorizon voor de gekozen maatregelen. Zo heeft de ULB op basis van de diagnose drie speerpuntmaatregelen gekozen:

  • het aantal leveranciers voor bepaalde voorzieningen rationaliseren;
  • een aangegeven route voor leveringen op de campus invoeren;
  • interne leveringen per fiets aanmoedigen.

Eerste resultaten

De twee pilotbedrijven hebben de drie fasen doorlopen. Op die manier kon de theoretische uitwerking van de methodiek, die gelijktijdig verliep, worden gevoed. Momenteel wordt werk gemaakt van de concrete uitvoering van de maatregelen uit de actieplannen. De diagnose heeft BNPPF en de ULB alvast een klare kijk op de leveringsstromen op hun site(s) gegeven. De cijfers konden ook al intern worden gebruikt (effectenstudies, BVP’s, aanpassing van interne diensten). Het totaaleffect van het BLP zal echter pas kunnen worden beoordeeld nadat alle maatregelen effectief zijn uitgevoerd. Het gaat immers overwegend om middellange- termijnmaatregelen en bij de uitvoering spelen vaak externe factoren een rol. Zo is een bedrijf voor de vervanging van het interne wagenpark afhankelijk van de timing van het lopende leasingcontract en van een eventuele voorafgaande testfase. Zodra alle maatregelen concreet zijn uitgevoerd, kunnen de effecten worden beoordeeld en kan worden nagegaan of de beoogde doelstellingen zijn bereikt.

Volgende fasen

In 2016 zijn nog andere pilotprojecten gepland, eveneens in samenwerking met Brussel Mobiliteit. Daartoe zullen bedrijven met diverse profielen worden uitgekozen en het OCW zal ook deze experimenten begeleiden. Op die manier kunnen de methodologische processen met nieuwe ervaringen op het terrein worden aangevuld, om tot een representatieve aanpak voor de bestaande profielen te komen. Begin 2016 zullen de eerste concrete resultaten voor de pilotbedrijven op een workshop worden gepresenteerd. Ten slotte zal een methodologisch handboek worden gepubliceerd, waaruit bedrijven kunnen putten om zelf een BLP op te stellen.