U bent hier

Fietsvademecum Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Van de rijbaan afgescheiden fietsinfrastructuur - DeeI 1 - Aanbevelingen voor ontwerp en uitvoering

Kerntaken (1)

>>

Na het cahier “Uitvoering van gemarkeerde fietspaden en fietssuggestiestroken” (Cahier 2 van het Fietsvademecum Brussels Hoofdstedelijk Gewest) wil dit voorliggende cahier een leidraad zijn voor de wegbeheerders, adviesbureaus, enz. om op een correcte manier van de rijbaan afgescheiden fietsinfrastructuur aan te leggen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit cahier is rijkelijk geïllustreerd met voorbeelden van situaties die van toepassing (kunnen) zijn op het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met de specifieke problemen die een stedelijke context met zich meebrengt.

Het cahier is niet bedoeld als keuzehulp voor alle mogelijke fietsvoorzieningen; bijgevolg wordt hier enkel beknopt aandacht aan besteed. De keuze tussen gemengd verkeer (met of zonder fietssuggestiestrook), gemarkeerd fietspad, afgescheiden fietspaden (= aanliggende al dan niet verhoogde fietspaden en vrijliggende fietspaden) dient al eerder in het ontwerpproces te zijn gemaakt. We verwijzen hiervoor naar andere publicaties die over dit onderwerp zijn verschenen, maar in 1.1 en 1.2 komen we hier nog kort op terug.
De fietser verdient een eigen plaats op de openbare weg om zich veilig te verplaatsen. Een afgescheiden fietspad verhoogt het veiligheidsgevoel en het comfort van (onervaren) fietsers.

Onderzoek uit Portland toont aan dat slechts 7 % van de bevolking zeer vertrouwd is met “het fietsen” en dat 60 % wel geïnteresseerd is, maar zich tevens zorgen maakt over de veiligheid. De doelstelling van het fietsbeleid moet dus zijn deze twijfelende groep te overtuigen om toch voor de fiets te kiezen. Afgescheiden fietspaden op verkeersassen enerzijds en (woon)erven of fietsstraten op wijkwegen of ventwegen anderzijds, zijn de comfortabelste voorziening voor fietsers.

Zie ook deel 2: Praktijkvoorbeelden